Prof. dr. Maarten Kleinhans over de complexiteit van corona en klimaatverandering

Het wetenschapshuis aan het woord
Maarten Kleinhans
Aukje Nauta
Door
prof. dr. Aukje Nauta
Datum
12 juni 2020
Deel
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Wat is van waarde voor wetenschappers? Vooral in deze bijzondere coronatijden? De komende tijd verken ik dat in gesprekken met wetenschappers, waarvan sommige al ooit eens optraden in het Wetenschapshuis van De Theaterloods.

Aan het woord is prof. dr. Maarten Kleinhans, een tijdje terug sprak hij in het Wetenschapshuis. Maarten is aardwetenschapper, verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij bestudeert patronen van zand, modder en vegetatie in rivieren, delta’s en langs kusten. Kleurrijke, energetische, levende patronen die belangrijk zijn voor onze samenleving. Hij probeert te begrijpen hoe die patronen zich vormen en veranderen, door ze na te doen in een grote zandbak en in computermodellen.

‘Ik word er bijna depressief van’ zegt Maarten, als hij beschrijft wat hij in coronatijd ziet gebeuren. ‘Er is een andere ramp gaande die veel meer doden veroorzaakt. Eentje die helaas een heel andere tijdschaal kent dan de huidige acute corona-ramp. Kijk naar de droogte. Kijk naar de afname van biodiversiteit. Kijk naar de landbouw, waarvan we in Nederland drie keer zo veel hebben als nodig is, als goed voor ons is. Ik wil corona niet bagatelliseren, maar klimaatverandering is een veel grotere bedreiging voor mens en planeet dan corona.’

Begrijpelijk is het natuurlijk wel, dat we nu allemaal klappen voor mensen in vitale beroepen. Dat er miljarden naar KLM en andere bedrijven gaan om ze overeind te houden. Maarten had dat liever andersom gezien: geld naar vitale beroepen en klimaatmaatregelen, en klappen voor bedrijven. Corona is acuut en urgent, terwijl de opwarming van de aarde een sluipmoordenaar is. Waardevol is wel dat de lockdown ons laat ervaren hoe het is als alle herrie stopt. Zelf genoot Maarten van de stilte buiten. De rust. De vogels die niet langer overstemd werden door het geluid van de snelweg. Helaas wordt het nu rap drukker buiten.

Wetenschapsinhoudelijk zat Maarten al voor de coronacrisis in een proces van herwaardering, dankzij een sabbatical die hij doorbracht bij het NIAS, een instituut waar wetenschappers een half jaar op louter onderzoek kunnen focussen. ‘Dat was geweldig. Ik kwam binnen als aardwetenschapper, maar vertrok als zo veel meer dan dat. Ik begrijp nu veel meer van wetenschapsfilosofie, vooral rondom de begrippen oorzaak en gevolg. Mensen willen liefst één oorzaak voor problemen, een echte boeman aanwijzen. In de krant staat dagelijks hoe veel mensen zijn overleden aan corona. Maar velen van hen zijn gestorven aan corona én diabetes. Of corona én hartklachten én obesitas. Fenomenen hebben dus vaak een complex van oorzaken. In die zin val ik dankzij corona met de neus in de case-study-boter. Want iets vergelijkbaars zie je bij klimaatverandering en afname van biodiversiteit. Ook die kent niet één maar een veelvoud van oorzaken, zij het dat ze wel allemaal zijn terug te voeren op de mens.

Of Maarten iets gaat vasthouden van wat de huidige crisis brengt? Zeker weten. Hij wil zijn vliegreizen naar buitenlandse congressen drastisch inperken van eenmaal per jaar naar maximaal eens per drie jaar. Da’s best een dilemma. Voor zijn promovendi en postdocs meer nog dan voor hem.  Beginnende wetenschappers moeten nog een internationaal netwerk opbouwen. ‘Je komt met je paper makkelijker door de review van een wetenschappelijk tijdschrift als men je op een congres heeft zien spreken’, aldus Maarten. Maar veel vliegen is nu eenmaal niet langer houdbaar. En dus wil hij op zoek naar de beste online gespreks- en congresmethode waardoor hij en zijn internationale collega-aardwetenschappers zinvol en aangenaam digitaal kunnen congresseren.

Maar voorlopig blijft Maarten licht somber, ‘hoewel ik het liever realistisch noem’, zegt hij. Als het zo doorgaat met alleen maar thuis- en online werken, dan is straks zijn vakgebied dood. ‘Wij aardwetenschappers móeten het veld in en experimenten doen. Met de computer kan veel, maar ik doe mijn onderzoek zo veel liever en beter in de zandbak. We hebben een prachtige experimenteerruimte, een zandbak van twintig bij drie meter. Daar kwamen mijn groep en mijn studenten bijeen. Daar werd gediscussieerd. Daar organiseerden we jaarlijks een belangrijke lezing waar zo’n honderd collega’s op af kwamen. Waar we borrels hielden, waar mensen contracten sloten en nieuwe contacten maakten.
Dat staat nu allemaal stil.’

Ik mag hopen dat Maarten snel weer de zandbak in kan, op zoek naar wat ons mensen kan redden van de klimaatondergang…